
Ze springt over sloten
Het recent opgedoken Opdrachtenboek biedt onverwachte inkijkjes in de relatie van Jesse met zijn opdrachtgevers. In de marge van een opdracht voegt de architect geregeld in puntige bewoordingen zijn commentaar toe. Dat varieert van 'smerig behandeld' tot 'zeer aangenaam werk', maar hij is ook wel eens langer van stof. Bijvoorbeeld over 'de weduwe Wiercx.'
Deze dame, geboren als Maria Gabriella Wiercx-Korpershoek van der Kooij (1850-1926), komt in 1895 in beeld. Zij heeft van haar zuster gehoord dat stadsapotheker Jesse een neef had die bouwkundige was, schrijft hij. Dat is eigenaardig, want hij was de zoon en kleinzoon van apothekers, maar 'enfin, dat doet er niet toe'. Door haar uitgenodigd in Zwammerdam, is hij onmiddellijk onder de indruk van haar flamboyante verschijning. 'Ze jaagt, ze springt over sloten en houdt er nog andere vermakelijkheden op na. Ze is rijk, ze heeft vier boerderijen.' Hij mag haar boerderij Overbrug met zomerhuis (helaas gesloopt) en Maria's Lust (zie foto) onder handen nemen. Hij heeft er flink wat werk aan. Dat de weduwe hoog op zijn prioriteitenlijstje staat, blijkt wel uit de aantekening dat hij bij de opening van de door hem ontworpen Buitensociëteit in Alkmaar schittert door afwezigheid 'vanwege mevrouw Wiercx'.
Voor haar reist hij ook in het najaar van 1900 tweemaal als adviseur naar Duitsland, wanneer zij aan de Coblenzerstrasse 122 in Bonn een villa wil betrekken. Daar trouwt ze twee jaar later met Carl Blankenheim. Voor de inmiddels mevrouw Blankenheim-Wiercx blijft het onderhoudswerk aan de boerderijen bij Alphen aan den Rijn vaste prik. Daar komt tussendoor – op haar verzoek – de verbouwing van het Post- en Telegraafkantoor in Breukelen bij. In 1906 komt zij terug naar Nederland en betrekt zij met haar echtgenoot het buitenhuis ‘Vrede en Rust’ aan de Vecht in Breukelen. Kan meneer de architect daar niet een mooie serre ontwerpen? Zie de foto.
Uit het Opdrachtenboek blijkt dat Jesse kon bouwen op een reeks trouwe opdrachtgevers. Maar het boekwerk, met honderd bladzijden administratie, is om meer redenen interessant. Zo staan per opdracht de bouwsom en het honorarium vermeld, wat een financiële analyse mogelijk maakt. Jesse administreerde ook zijn andere bronnen van inkomsten (tekeningen, taxaties, bemiddeling, lessen, lezingen, enz.), die illustreren hoe veelzijdig zijn vakmanschap was. Ook weten we nu precies welke 83 werken tussen 1903 en 1910 onder het compagnonschap met W. Fontein vielen. Kortom, met het Opdrachtenboek heeft het onderzoek naar de architect en zijn werk er een belangrijke primaire bron bij. De Jesse Stichting wil deze digitaal toegankelijk maken voor derden.


Maria’s Lust, Alphen aan den Rijn
Vrede en Rust (nu: Logement aan de Vecht), Breukelen – met serre van Jesse (foto Albert Speelman)